De Historische Tuinderij "Warmoes" is een voorbeeld van een gemengd tuinbouwbedrijf, een zogenaamd warmoezeniersbedrijf of warmoezerij, zoals dat in de jaren na 1930 volop te vinden was in Lent en omgeving. In dit openluchtmuseum worden op traditionele wijze oude soorten en rassen van bloemen, groenten en fruit geteeld.

Op een warmoezeniersbedrijf werden zoveel mogelijk gespreid door het jaar heen producten verbouwd die werden verkocht op de markt in Nijmegen of Arnhem. Er werd ook aan huis verkocht. Tot In de jaren '50 bood de warmoezerij een typische manier van leven en werken aan de tuindersfamilies in Lent.
De warmoezenier bracht op verschillende manieren zijn producten aan de man.
Vooral vóór 1900 was de markt  de belangrijkste afzetmethode. Daarna werden veel produkten via de veiling verkocht, maar ook rechtstreeks aan handelaren.
Traditioneel trokken Nijmegenaren in de kersentijd de Waal over om voor 3 stuivers zoveel kersen te eten als ze op konden. Ook voor andere producten wist men de Lentse warmoezenier te vinden.


Groenten en fruit

De teelt laat zich onderverdelen in:

Fruitteelt (hardfruit, zachtfruit of kleinfruit en kasdruiventeelt)
In de bongerd (boomgaard) stonden verschillende fruitbomen en –struiken. Kenmerkend voor het Lentse warmoezeniersbedrijf van destijds was dat er van veel fruitrassen enkele exemplaren stonden. Zo werd de oogst gespreid over een langere periode.
Op allerlei plaatsen in de Overbetuwe staan her en der nog wel één of enkele hoogstam bomen. Particulieren planten nu steeds vaker een dergelijke boom (en juist van een oud ras) in hun tuin.
Het is ook nog redelijk gemakkelijk om aan oude fruitrassen te komen. Onze bomen zijn betrokken bij "Het Olde Ras" in Doesburg ("Stichting Behoud en Bevordering Fruitcultuur", zie, www.tolderas.nl). Maar een hele boomgaard, met al die oude rassen - die het hele jaar door goed onderhouden wordt - dat vindt men niet meer zomaar. Behalve natuurlijk bij Warmoes in Lent.

Groententeelt (bakgroenten en groenten van de koude grond)
Door een onderlinge afstand tussen de rijen fruitbomen van zo'n zes meter, ontstonden akkertjes voor de groenteteelt, welke door de bessenstruiken werden beschut.
Het belang van Lent in de groenten- en fruitteelt wordt onderstreept met die soorten en rassen die met deze naam worden aangeduid, t.w.: Het Lents Witje (een pruim) en de Lentsche Roode (een appel).

Sierplantenteelt (potplanten/kamerplanten en perkplanten/tuinplanten)
Vanaf het begin van de 20e eeuw ging de teelt van potplanten een steeds belangrijker plaats innemen. Daardoor veranderde teelt- en werkomstandigheden.
Er werden verwarmde bakken aangelegd en later verwarmde kasjes. Hierin werd water, dat werd verhit in een kolengestookte ketel, rondgepompt In verwarmingsbuizen. In deze bakken en kasjes kon men vroeger in het seizoen beginnen met het opkweken van de planten. Potplanten die onder het platte glas te hoog werden, werden sindsdien in de kas geteeld. In de verwarmde kasjes konden niet-winterharde plantensoorten overwinteren.

Teelt onder glas

De teelt onder glas was karakteristiek en belangrijk voor het Lentse warmoezeniersbedrijf.

Bakkenplek
Centraal in de warmoezerij stond de zogenaamde bakkenplek. Deze bestond uit rijen bloem- en/of groentebedden van zo'n 1,70 meter breed, die met een houten ombouw - later van baksteen of beton - werden beschut.

Lentse ramen
De bakkenplek kon tegen kou en regen worden afgedekt met zogenaamde 'Lentse ramen' van ca. 1,80 x 1,30 meter. In deze bakken werden in het vroege voorjaar groenten verbouwd (vaak verwarmd met broeimest). Daarna, als de aanvoer van groenten van 'de kouwe grond" op gang kwam, werden in dezelfde bakken sierplanten als geraniums, begonia's en sedums gekweekt.

Warme kas
Vanaf het begin van de 20e eeuw ging de teelt van potplanten een steeds belangrijker plaats innemen. Daardoor veranderden teelt- en werkomstandigheden.
Er werden verwarmde bakken aangelegd en later verwarmde kasjes. Hierin werd water, dat werd verhit in een kolengestookte ketel, rondgepompt in verwarmingsbuizen.
In deze bakken en kasjes kon men vroeger in het seizoen beginnen met het opkweken van de planten. Potplanten die onder het platte glas te hoog werden, werden sindsdien in de kas geteeld.
Door gebruikmaking van verwarmde kasjes konden niet­ winterharde plantensoorten worden overwinterd.

Koude kas
Daarnaast is er een koude druivenkas uit vroeger tijd, met enkele oude druivenrassen.

 

Lentse rassen

Naast de meer algemene producten van die tijd werden ook de bekende typisch Lentse groente- en fruitrassen ontwikkeld en verbouwd:
-    Lentse witte komkommer
-    Lentse bloemkool
-    Lentse Blonde (een kruisbes)
-    Lentsche Roode / Lentse Rode (appel)
-    Lents Witje (pruim).


Kleinvee

Oorspronkelijk waren alleen kippen, ganzen en bijen aanwezig op een warmoezeniersbedrijf.
Het was een Betuwse traditie om het gras van de wegbermen kort te houden met behulp van (gewone) geiten; tegenwoordig is dat een taak van Gemeentelijke diensten.
Ganzen werden van oudsher gehouden aan de straatkant van de warmoezerij. Ze vervulden daar een waakfunctie.
Speciale vermelding verdient de bijenhouderij. Hoewel het in de literatuur zelden genoemd wordt, werd bijenhouden in de streek breed beoefend. De cruciale rol die de bloemvaste bijen vervullen in de fruitteelt is evident en vormde de belangrijkste reden om bijen te houden. De honingopbrengst was van secundair belang en was voornamelijk voor eigen gebruik.

Opstallen en afscheidingen

Naast de kassen zijn er op het terrein de gebruikelijke opstallen zoals een woonhuis en schuren.

Ook afscheidingen vormen een integraal onderdeel van het terrein. Hieronder vallen erfbeplantingen, hekken, bomen en grachten.

Share |